Rode biet is niet zomaar een groente. Wie de weg volgt van ruwe knol tot het schaaltje voorgesneden biet in het schap, ziet een lange keten van complexe stappen. Een van de grootste uitdagingen in deze keten is het verschil tussen zomerbieten en winterbieten. Voor verwerkers ligt daar een belangrijke vraag: hoe richt je een lijn in die het hele jaar door, met wisselende grondstofkwaliteit, efficiënt kan draaien, met minimaal productverlies en een constant eindproduct?
Rode bieten worden in Nederland vooral gezaaid in april en mei en geoogst vanaf juli. Een deel daarvan gaat direct vers de keten in. Een ander deel wordt in september gerooid en als bewaarbiet opgeslagen, zodat verwerkers vrijwel het hele jaar door aan Nederlandse biet kunnen komen.
In de praktijk levert dat twee duidelijk verschillende grondstoffen op. Zomerbieten, geoogst tussen mei en september, zijn vaak kleiner en sneller gaar en worden veel gebruikt voor verse en convenience producten. Winterbieten, van oktober tot april, zijn groter en langer houdbaar en vormen de basis voor verwerking en voorgekookte producten.
Dat verschil is meer dan een detail. Grotere, hardere winterbieten vragen om andere schil-, schrap- en snijinstellingen en kooktijden dan kleinere zomerbieten. Het effect van wel of niet goed inspelen op deze verschillen merk je direct in de netto-opbrengst van de productielijn. Een lijn die het hele jaar stabiel moet presteren, moet dus met die variatie kunnen omgaan, niet alleen met een uniforme partij op zijn best.
De weg van rauwe biet naar een verpakt eindproduct verloopt in grote lijnen via een aantal vaste stappen. Maar bij elke stap is het verschil tussen winterbieten en zomerbieten van invloed. Niet alleen welke machines je gebruikt, maar ook hoe je ze gebruikt, bepaalt in grote mate hoeveel rendement je als verwerker haalt uit je bak met bieten.
1. Wassen en ontstenen
Rode bieten komen, net als aardappelen en andere knolgroenten, vervuild binnen, met aarde, steentjes en loofresten. Omdat bieten in de praktijk vaak minder vervuild binnenkomen, wordt deze fase vaak overgeslagen. Maar het wassen en ontstenen heeft wel degelijk nut. Hoe schoner de biet, hoe minder risico op schade aan schraprollen of mesbalken en op kwaliteitsverlies verderop in de lijn. Marcelissen verzorgt deze stap in het proces middels de Wastrommel en Ontstener - VOW.
Winterbieten komen doorgaans na een periode van opslag de lijn in en kunnen daardoor meer aanslag en grondresten bevatten dan zomerbieten, die vaak sneller na de oogst worden verwerkt. Dat maakt deze stap voor winterbieten des te relevanter om niet over te slaan.
2. Inname
Na deze eerste stap komen de bieten binnen in een grote bunker. Dat is het startpunt van elke lijn, ongeacht of er een fase van wassen en ontstenen aan voorafging. De Bunker met Uitvoerband (BT) voert de bieten via een schuine transportband gelijkmatig door naar de volgende stap.
Doordat de bandsnelheid instelbaar is, kan de aanvoer worden afgestemd op de partij die op dat moment wordt verwerkt. Grotere winterbieten vragen om een andere doorvoer dan de kleinere zomerbieten en die instelbaarheid zorgt dat de bunker in beide gevallen een gelijkmatige aanvoer blijft geven.
3. Schrappen
Vanuit de bunker gaan de bieten naar de schrapmachine. Dit kan een Trommel Rollenschrapmachine (SKR) of Trommel Messenschiller (SMT) zijn. Deze stap vraagt om zorgvuldige afstelling: de machine moet de biet schoon schrappen, zonder onnodig verlies. Een biet die te grof wordt geschrapt, verliest bruikbaar product, een biet die te licht wordt geschrapt, blijft niet schoon genoeg.
Dit is precies waar het verschil tussen winter- en zomerbiet het meest voelbaar wordt. Winterbieten hebben een dikkere, stevigere schil en vragen om een andere afstelling dan zomerbieten met hun dunnere schil. Bij de SKR zijn rol-, trommel- en schroefsnelheid instelbaar via frequentieomvormers en bij de SMT is de snelheid van trommel en schroef aan te passen. Zo kan de schilintensiteit per partij worden bijgesteld, in plaats van dat er met één vaste instelling voor beide typen biet wordt gewerkt.
4. Inspecteren
Na het schrappen wordt de biet geïnspecteerd, handmatig of machinaal, om te controleren of de kwaliteit op orde is voordat de biet verder de lijn in gaat. Op de Roller Inspectieband (IR) keren voedselveilige rollen het product, zodat het van alle kanten goed te beoordelen is.
Bij winterbieten valt er doorgaans meer te controleren op oneffenheden, omdat deze bieten langer zijn opgeslagen en dus meer kans hebben op beschadigingen of zachte plekken. Bij zomerbieten ligt de nadruk eerder op maatverschillen binnen een partij.
5. Delen en sorteren
Moeten er blokjes of schijfjes gemaakt worden, dan gaat de biet door een snijmachine, zoals de Slitmaster 85. Liever halveren of vierdelen? Dan wordt er gekozen voor Deelmachine - D. Direct daarna volgt de Sliver Remover - SR2, die de snijresten van onvoldoende kwaliteit eruit haalt. Bij het maken van halve bieten wordt deze stap overgeslagen: de Sliver Remover wordt alleen ingezet bij blokjes en schijfjes, omdat bij halveren weinig tot geen snijresten overblijven.
Omdat winterbieten groter zijn dan zomerbieten, vraagt het delen om andere instellingen om tot dezelfde eindmaat te komen. De Deelmachine – D is geschikt voor productformaten tot 160 mm, wat ruimte biedt om zowel de grotere winterbiet als de kleinere zomerbiet naar een consistente snede te brengen.
6. Verpakken en koken
Het eindproduct wordt verpakt en daarna gekookt, in de verpakking zelf. Door de bieten vooraf te koken, zijn ze in de keuken sneller klaar; precies waar de moderne consument om vraagt.
Ook hier speelt het onderscheid tussen winter- en zomerbiet mee: grotere, hardere winterbieten vragen om langere kooktijden dan de kleinere, sneller gare zomerbieten. Die kooktijd moet worden afgestemd op de partij die verpakt wordt, zodat het eindproduct in beide gevallen dezelfde consistente kwaliteit heeft.
Wat deze keten in de praktijk lastig maakt, is niet één stap op zich, maar de combinatie van variatie en snelheid. Dit vraagt om een lijn die vandaag winterbieten verwerkt en morgen zomerbieten, of die overschakelt tussen blokjes en halveren. En dat ook nog zonder grote omsteltijden en zonder in te leveren op productkwaliteit.
Diezelfde vraag naar flexibiliteit speelt ook vaak op een hoger niveau. Veel verwerkers draaien niet alleen aardappelen, maar ook wortels of bieten op dezelfde lijn. Dit brengt andere uitdagingen met zich mee, bijvoorbeeld op het gebied van hygiëne. In wortelen zit caroteen en rode bieten bevatten betanine; dit zijn de stofjes waar de groenten hun opvallende kleur aan te danken hebben. Grondige reiniging van de lijn is essentieel, tenzij je er oranje of paarse aardappelen aan over wilt houden. Machines die zich laten instellen per productvariant en die eenvoudig kunnen schakelen tussen verschillende knolgroenten, maken zo'n lijn beter opgewassen tegen wisselende vraag dan een opstelling die is vastgezet op één product.
Bij Marcelissen bouwen we al decennialang machines voor de verwerking van aardappelen, wortelen, bieten en andere knolgroenten. Die ervaring helpt ons sneller te bepalen wat een productielijn nodig heeft. We werken volgens een vaste aanpak, maar vullen die per klant anders in: eerst brengen we de wensen en behoeften in kaart, dan bepalen we samen met engineering en R&D de beste oplossing. Daarna gaan we over tot productie, een interne testfase en uiteindelijk plaatsing bij de klant. Ook daarna blijven we betrokken, met evaluatie, service en onderhoud.
Wat dit oplevert voor verwerkers van rode bieten: geen losse machines voor iedere stap, maar een lijn die perfect is afgestemd op de wisselende eigenschappen van dit product.
Rode biet blijft een product dat om aandacht vraagt. Maar met de juiste lijnopstelling vertaalt die aandacht zich direct in meer netto rendement. Wie alle stappen in de keten goed op elkaar afstemt, haalt een uniformer eindproduct uit dezelfde kilo grondstof in elk seizoen, met minder productverlies en minder handwerk.
Twijfelt u over de efficiëntie van uw bietenlijn? Neem contact met ons op, we bespreken graag de mogelijkheden.